donderdag 21 september 2006

Rustig

Even een tijdje niets gepost maar ook even niets te vertellen. Druk op het werk. De zomer is voorbij (zeggen ze). De herfst begint zich te roeren en alles om me heen zet zich schrap op weg naar de winter. iedere dag is wel gevult. De onrust neemt toe om in huis weer wat beet te pakken (laat ik maar niet merken) en het eigen vel past prima. Vertellen doe ik straks wel weer. Als de inspiratie zich gaan aan dienen. En verhalen komen ook wel weer als ik ze weer weet te vertellen. Dus geen paniek. Ik ben er nog. En er ook nog midden in. Alleen even bezig met de rest van de wereld.

woensdag 6 september 2006

Bizar

Ik was vandaag een dagje vrij. Gewoon even niets en even zelf dingen doen. Zo ging ik ook even naar de Oosterhof. Ik liep er heen en zag op eens twee jongentjes. Een ongeveer 2 jaar oud en in een kinderwagen, behangen met jassen, tassen en ga maar door. En er naast, waarschijnlijk, zijn broertje van ongeveer 3. Allebij van aziatische afkomst. En nergens een vader of moeder te bekenen. Ze stonden in een hoekje vlak langs de hoofdweg waar het verkeer lang raasde en vlak bij een brug die zonder leuning twee water gedeeltes overspande. Vreemd. Ik rondkijken maar in geen velden en wegen iemand te zien. Het oudste jongetje stond netjes bij zijn broertje en had een stare houding. Op de brief na leek hij op Kaspar Hauser. (mocht je het verhaal kennen). Een mevrouw met een hond kwam aanlopen en keek er ned zo vreemd van op als ik. Ze vertelde me dat aan de overkant een meldingskantoor voor vreemdelingen is en dat de moeder daar kon zijn. Ik vroeg aan het oudste ventje waar zijn moeder was en hij wees naar de overkant. Ik besloot het toch te gaan melden. Je loopt niet gewoon even door. Bij de portier deed ik melding en er stond ook iemand bij die er werkte, een welzijnwerker achtig persoon. Ze vonden het ook niet kloppen. Op dat moment kwam er een breed lachende vrouw naar buiten. En ik vroeg of het haar kinderen waren. Ze beaamde vriendelijk en liep terug naar de kinderen aan de andere kant van de weg. Ik vertelde haar nog dat het niet slim was je kinderen zo maar achter te laten. Is het niet het gevaar van het verkeer of water dan wel een of andere sicko die je kind mee neemt. Ze bleef lachen en knikken dat ze het begreep. Volgens mij zag ze de ernst van de situatie niet helemaal in. Uit eindelijk dus goed afgelopen, en een goede daad gedaan. Maar het blijft toch heel vreemd.